Wikia


I. InleidingEdit

De Heilige Kerk van God werd gesticht door het gezamenlijk verdrag tussen de erfgenamen van Aristoteles en de discipelen van Christos. Deze wijzen, wetende van de zwakten van de mens, wilden dat de lessen van de uitverkorenen van God werden overgebracht door hen die het kennisdepot en van de revelatie in takt hielden.

Met de bedoeling om haar goddelijke opdracht op de best mogelijk manier uit te voeren, besliste de Kerk duidelijke en nauwkeurige regels in te stellen, die een efficiënte ontwikkeling van haar reddende activiteiten toe stonden. Diegene dit niet eerbiedigden, konden een gevaar betekenen voor de Kerk, haar verrichting en haar heiligheid. Het is daarom dat wij diegene vervloekten die in hun gekke trots, de povere moed hadden om de goddelijke wetten van de Heilige Kerk van Aristoteles te overtreden en te verachten.

Om onze waarden te beschermen, hebben Titus en de eerste bisschoppen bepaald dat er een clerus zou zijn die deel zou uitmaken van het stadleven en die zowel aan het tijdelijke als aam het spirituele verbonden was en zij besloten dat deze clerus “In sécula seculorum” was. Hij zal de naam seculaire clerus dragen en zal worden bestuurd door de prelaten van de kerk. In het begin was er alleen de Heilige Vader, zijn raadsheren in Rome en de bisschoppen om de bisschoppelijke regios in het oosten en westen te besturen. Bij het verstrijken van de tijd en de ontwikkeling van de kerk en de koninkrijken, werden de pontificale raadsheren de ministers van Rome en om zich te onderscheiden, kleedden zij zich in het rood, ter ere van het vergoten bloed van de oprichters van de kerk. De bisschoppen behielden de kleur groen, de kleur van smaragd die het teken van de samenkomst van de eerste aristotelische paters representeert. Het zwart werd gekozen voor de lagere clerus, omdat deze kleur of de afwezigheid ervan werd beschouwd als funeraal en wordt gezien als het begin van de spiritualiteit voor de symbolische dood.

De seculaire ClerusEdit

De seculaire clerus is belast met het geven van een kader aan de gelovigen, door middel van het houden van de cultus en het uitvoeren van de rites. Hij dient deel uit te maken van de stedelijke samenleving en kan, als hij dat nodig acht, hierin ingrijpen om het gebrek aan aristotelische waarden te herstellen.

De takenEdit

Artikel 1: Een taak is een religieuze functie erkend, of door het Canoniek Recht, of in de interne regelementen van de roomse congegraties, of in de HuisRegel van een Gelovige Orde erkend door de Curie.

Artikel 2: Word beschouwd als bezitter van een taak alleen diegene waarvan de nominatie of de benoeming de beschreven procedures heeft gerespecteerd.

Artikel 3.1: Is clerc diegene die een taak bezit in de seculiere religieuze sectie, en is militair diegene die een taak bezit in de "Heilige Legers" et die niet priester is, dit alles in tegenstelling van de volgeling die geen enkele religieuze taak bezit.

Artikel 3.2: Zullen beschouwd worden als militair van de Kerk, de leken leden van de militaire ordes die deelnemen aan de ordes van de Heilige aristotelische Legers, maar ook de leken die individueel of collectief onder leiding van een orde van de Staten Majoor van de Heilige Legers worden gezet.

Artikel 4: Een volgeling mag geen sacrement administreeren en een clerc mag enkel diegene administreren die toegestaan worden bij zijn taak.

Artikel 5: Alleen een volgeling, gehuwd of niet, of een priester mag een taak bekleden, maar geen heterodoxe of een simpele gelovige.

Artikel 6: De sociale status van theoloog (NRP: lvl 3 weg van de Kerk), is geen religieuze status mais is nodig om sommige taken te bekleden.

Artikel 7: Voor de administratie van de sacrementen mag in geen enkel geval geld worden gevraagd, onder welke vorm dan ook, noch door een clerc noch door de volgeling noch door een derde.

Artikel 8: De taken binnen de Aristotelische Kerk gegroepeerd in drie categoriën: primaire, secondaire en tertiaire.

Artikel 9: De primaire taken bestaan uit de hiërarchische sokkel van de Aristotelische Kerk.

Artikel 10: Een zelfde clerc kan maar een enkele primaire taak uitvoeren en moet kiezen zo snel mogelijk, welke hij behoud als hij er meerdere zou bezitten.

Artikel 11: de secundaire taken zijn de aanvullende posities van de Aristotelische Kerk, en maken onderdeel uit van de taken in de congregaties.

Artikel 12: een klerk mag slecht twee secundaire taken tegelijkertijd bekleden. Hij dient binnen een korte termijn te kiezen welke hij behoudt, mocht hij de gestelde limiet overschrijden.

Artikel 13: de tertiaire taken zijn gerelateerd aan de religieuze ordes, of diegene die niet passen in de primaire of secundaire categorie.

Artikel 14: de opeenstapeling van tertiaire taken wordt bepaald in het reglement van elke orde, als ook de sancties in het geval van verboden opeenstapeling.

Artikel 15: de klerken die een taak als bisschop of kardinaal bekleden, dragen de titel prelaat, want zij zijn de gidsen van de kerk en hebben recht op een speciale behandeling, als gevolg van de verdiensten van de positie.

Artikel 16: binnen de seculaire clerus, kan een klerk alleen onder direct gezag staan van een hogere klerk. Hij kan daardoor slecht taken stapelen conform dit gebod.

Artikel 17: de erepostities worden niet meegeteld bij de stapeling van taken.


Artikel 18: type taken die de mogelijkheid van stapeling binnen de seculaire clerus bepalen:

Ereposities (titel): alle titels verbonden aan de regering van Rome.

niet limitatieve lijst: Paus, kardinaal (alle typen), Kamerling, Aartsdeken van Rome, artillerist van de Heilige legers, bisfchop in partibus en emiratus, bisschopprimaat en viceprimaat.

Primaire taken van de seculaire clerus: Bisschop (behalve in partibus en emiratus), priester, kannunik.

Secundaire taken van de seculaire clerus: Aartsdeken (elk type behalve die van Rome), vicaris (elk type), deken, kapelaan, en kapelaan van de troepen.

Tertiaire taken van de seculaire clerus: de taken verbonden aan een congregatie.

Noot: De Vidame wordt als militair van de kerk beschouw, omdat hij geen deel uit maakt van de seculaire clerus en telt daarmee als primaire taak met betrekking tot de opeenstapeling van posities.

Type positie die het ereniveau bepaalt.Edit

de hoge clerusEdit

Zijn de prelaten

A) de paus

Aan het hoofd van de prelaten staat de paus, de Heilige Vader, de hoogst pontificale. Pontifex Maximus, is het hoofd van de religie in Rome. Deze paus stamt spiritueel af van de eerste paus, de apostel Titus. Hem niet erkennen als spiritueel soeverein is niet verenigbaar met de status van gelovige.

B) de kardinalen

Zij dragen ter onderscheiding een ronde rode hoed en rode kleren: “gekleed in kardinaal purper”. De kardinalen, prinsen van de kerk, hebben de functie van minister van de Aristotelische kerk, zijn alleen verantwoording verschuldigd aan hun gelijken en aan de paus.

C) de bisschoppen en de aartsbisschoppen.

dragen ter onderscheiding een groene mantel en kleding: “gekleed in smaragd”. Na de Hoogst pontificale en de kardinalen, vormen de bisschoppen de derde rang in de kerk.

de lage clerusEdit

de woorden “lage clerus” zijn niet verachtend, zij verwijzen naar het grootste deel van de clerus van de Aristotelische kerk, zijnde niet de prelaten, die de basis vormen van de aristotelische kerk.

II. Rome, zetel van de regering van de Universele KerkEdit

Artikel I: Rome is de regerings zetel van de Universele Kerk. Zij bestaat uit diverse instituten: de roomse congegraties. De Paus en de Curie zetelen daar.

Artikel II: In zijn beoefening van zijn opperste, volledige en directe macht op de Universele Kerk, de Roomse Pontificus gebruikt de Dicasters van de roomse Curie; het is dus in zijn naam en door zijn autoriteit dat deze hun taak uitvoeren voor het welzijn van de Kerk en klaarstaan voor de volgelingen.

De dicasters bestaan uit vijf congegraties, de bisschoppelijke Verenigingen, en de pontificale Consistoriën. Zij moeten zetelen in Rome, die hun, de mogelijkheden voor hun missies, moeten verlenen.

  • De Congegratie van de Heilige Dienst
  • De Congegratie voor de Verspreiding van het Geloof
  • De Congegratie van de Zaken van de Eeuw
  • De Congegratie van de Heilige Inquisitie
  • De Congegratie van de Heilige Legers

De bisschoppelijke verenigingen worden vastgesteld per politieke groepering van bisdommen. Het is de Curie die het recht van vereniging verleend aan een bepaalde groep van bisdommen. We vinden daar de bisschoppen en de andere prelaten in deze politike zone, onder het gezag van een primaat.

De pontificale Consistoriën worden vastgesteld per taalkundige groepering en word geleid door een driemanschap bestaande uit drie prelaten die titel van kardinaal dragen. Het is de Curie die het recht verleend om een pontificale consistorie op te richten.

  • De Roomse Kardinaal, hij zeteld eveens in de Curie en moet een Franse tweetalige zijn.
  • De Kardinaal-Kamerheer
  • De Primaat-Kardinaal (in de Consistoriën zijn er geen bisschoppelijke Primaten)

Het doel van de Consistoriën is om het dogma één te houden onder het volk van volgelingen en om de talen geen barrière te laten zijn.

De taken van de seculiere clerici die de regering van de Universele Kerk samenstellen.

PausEdit

Pauselijk teken

  • De materiële zaak = Hij moet roomse kardinaal zijn tijdens zijn benoeming. Er kan geen andere paus in functie zijn.
  • De efficiënte zaak = Hij word verkozen door het college der roomse kardinalen.
  • De formele zaak = Inwijding door de kamerling of door de aartsdeken van Rome.
  • De finale zaak = Hij is de hogere autoriteit van de Kerk en is de leider van de Curie.

De paus, als direkte vertegenwoordiger van de Universele Kerk bezit alle machten van de andere klerken. Hij mag pauselijke bullen schrijven die boven de wetten van de Kerk staan.

(NRP: Dit stuk word nog uitgebreid zodra er meer bekend is over een pauselijke speler.)


De regering van Rome: de kardinalenEdit

  • De kardinalen handelen in de vorm van een college en moeten hun beslissingen laten goedkeuren door het gehele college.
  • De kardinalen mogen alle sacrementen uitvoeren.
  • De kardinalen zijn de enigen die een excommunicatie mogen uitspreken.
  • De kardinalen zijn de enigen die een huwelijk ongedaan kunnen maken.
  • De kardinalen zijn de enigen die het priesterschap mogen af nemen, vrijwillig of niet.
  • De kardinalen hebben een veto recht op elke beslissing die genomen word door een klerk, behalve de paus.
  • De kardinalen hebben de sleutel en mogen dus overal komen in Rome.
  • De titel van kardinaal verbied geen enkele cumulatie van taken in de seculiere of reguliere kerk.
  • Hij mag niet gezien worden als militair, zelfs al kan hij de leider zijn van de Heilige-Legers als Kardinaal-Officier van Rome.

Onder de kardinalen vinden wij:

De KamerheerEdit

Tekenkamerheer

  • De materiële zaak = Hij moet zes maanden de functie van roomse kardinaal uitvoeren tijdens zijn titel.
  • De efficiënte zaak = Hij word verkozen door het college der roomse kardinalen en suffragenten.
  • De formele zaak = Inwijding door de vertrekkende kamerling of door de aartsdeken van Rome.
  • De finale zaak = Als de Paus afwezig is, word hij opgeroepen om deze te vervangen en de leiding te nemen over de Kerk.
  • De Kamerheer is de directe vertegenwoordiger van de Curie, hij mag namens haar naam spreken en heeft enkel de Paus en het college der roomse kardinalen te dienen.
  • Hij is verkozen onder de roomse kardinalen, door de roomse en suffragente kardinalen, voor een periode van zes maanden volgens de regels van de Curie.
  • De Kamerheer cumuleert de rechten van de kardinalen en zijn eigen rechten.
  • De Kamerheer, in afwezigheid van de Paus en de Kardinaal-Officier, kiest de leider van de Heilige-Legers.
  • De Kamerheer benoemd de aartsdeken van Rome en geeft zijn missies en taken.
  • Er kan maar een Kamerheer in functie zijn, diegene die de post bezit verliest hem dus zodra de ander benoemd word.

Kardinaal-OfficierEdit

Tekenkardinaal

  • De materiële zaak = Hij moet roomse kardinaal zijn tijdens zijn benoeming. Er kan geen andere officier zijn tijdens deze laatste.
  • De efficiënte zaak = Hij word verkozen door het college der roomse kardinalen en suffragenten.
  • De formele zaak = Inwijding door de kamerling of door de aartsdeken van Rome.
  • De finale zaak = Hij is de verantwoordelijke voor de verdediging van Rome en voor de veiligheid van de klerken en prelaten van de Aristotelische Kerk. Hij verzekerd de leiding van alle manschappen die de Kerk dienen.
  • Hij word verkozen door de roomse en suffragente kardinalen, onder de roomse kardinalen.
  • De officier cumuleert de rechten van de kardinalen en zijn eigen rechten.
  • De officier leidt en superviseerd de gehele Congegratie van de Heilige-Legers.
  • De totale functies van de officier worden bepaald door de Congegratie van de Heilige-Legers en met toestemming van de Curie.
  • Er kan maar een officier in functie zijn, diegene die de post bezit verliest hem dus zodra de ander benoemd word.

Aartsdeken van RomeEdit

Tekenkardinaal

  • De materiële zaak = Hij roomse kardinaal zijn tijdens zijn benoeming. Er kan maar een aartsdeken van Rome in functie zijn, diegene die de post bezit verliest hem dus zodra de ander benoemd word.
  • De efficiënte zaak = Hij word verkozen door de Kamerling.
  • De formele zaak = Inwijding door de kamerling.
  • De finale zaak = In geval van afwezigheid van de kamerling, volgd de aartsdeken hem op met alle rechten van deze, tot dat de kamerling terug keert.
  • De Aartsdeken van Rome cumuleert de rechten van de kardinalen en zijn eigen rechten.
  • In geval van verdwijning of aftreding van de kamerheer, zal de aartsdeken van Rome samen met het college der kardinalen er voor zorgen zo snel mogelijk een andere er voor in de plaats te benoemen.
  • Er kan maar een aartsdeken in functie zijn, diegene die de post bezit verliest hem dus zodra de ander benoemd word.

Roomse KardinaalEdit

Tekenkardinaal

  • De materiële zaak = Hij bisschop zijn tijdens zijn benoeming.
  • De efficiënte zaak = Hij word verkozen door het college der kardinalen of direkt door de Paus.
  • De formele zaak = Inwijding door de kamerling of door de aartsdeken van Rome.
  • De finale zaak = Hij is lid van de Curie

Suffragente KardinaalEdit

Tekenkardinaal

  • De materiële zaak = Hij bisschop zijn tijdens zijn benoeming.
  • De efficiënte zaak = Hij word verkozen door het college der kardinalen of direkt door de Paus.
  • De formele zaak = Inwijding door de kamerling of door de aartsdeken van Rome.
  • De finale zaak = Hij is lid van een geodogmatische vereniging en meeluisterend lid van de Curie.

Zij mogen enkel hun kardinale rechten uitoefenen in hun geodogmatische zone, zij hebben enkel het recht te luisteren in de Curie.

Bekwame KardinaalEdit

Tekenkardinaal

  • De materiële zaak = Hij moet minstens zes maanden roomse of suffragente kardinaal zijn geweest.
  • De efficiënte zaak = Hij word verkozen door de Curie voor een periode van zes maanden.
  • De formele zaak = Bekwaam benoemd door het college der kardinalen.
  • De finale zaak = Hij is meeluisterend lid van de Curie.

Hij verliest de rechten van het kardinaal zijn, maar behoud zijn eigen rechten. Hij behoud eveens het recht om mee te luisteren in de Curie.

III. De provinciën en bisdommenEdit

De Diocesane clericiEdit

Diocees (bisdom) Van het Griekse “diokésis” Het bisdom is de "portie van het volk van de Schepper toevertrouwd aan een Bisschop zodat hij ervan de religieuze gids kan zijn samen met de cooperatie van zijn klerken.".

Per definitie groepeert een bisdom een zeker aantal parochiën.

  • Kerkelijke Provincie: Groep bisdommen aanhangend aan een zelfde Metropoliet Aartsbisdom.
  • Religieuze Provincie: Ookwel Primaatschap genoemd, het zijn alle bisdommen van een geodogmatische zone onder leiding van een Primaat. Meestal volgens de volgen de Religieuze Provinciën de grenzen van de administratieve provincie zelve.

In 1456 vinden wij de volgende provinciën:

  • Religieuze Provincie van het Koninkrijk Frankrijk.
  • Religieuze Provincie van de SRING
  • Religieuze Provincie van het Koninkrijk England.
  • Religieuze Provincie van het Groot Hertogdom Bretagne.
  • Religieuze Provincie van de Kroon van Aragon.

De BisschoppenEdit

Als men alleen het woord bisschop gebruikt, bedoelt men daarmee alle typen bisschoppen en aartsbisschoppen.

Algemene definitieEdit

§A.1: Na het Soeverein Pontificale en de Kardinalen, vormen de Bisschoppen de derde rang binnen de kerk.

§A.2: De bisschop is een klerk die door de Paus wordt gekozen, of door zijn gelijken met instemming van de Paus, om een bisdom te leiden. Er is slechts één bisschop nodig om een provincie en/of bisdom te leiden.

§A.3: Er zijn twee verschillende categorieën van bisschoppen, de bisschop “in functie” en de bisschop “in eretitel”.

Een bisschop in functie, hetzij metropoliet aartsbisschop, suffragaan aartsbisschop, suffragaan bisschop of bisschop “in partibus”, conform de status van het bisdom aan welk hij gerelateerd is. Deze verschillen zijn verschillen van waardigheid en eer.

Een bisschoptitel, hetzij als eretitel of als onderscheiding, kan alleen verkregen worden indien degene een klerk is op het moment dat hij de titel verkrijgt.

§A.4: Elke bisschop is vrij om zijn bisdom te regeren zoals hij dat wenselijk acht, maar dient hierbij wel de regels van de kerk te respecteren. Deze autonomie stelt hem niet vrij van het feit om niet samen te werken met de andere bisschoppen en de metropoliet aartsbisschop binnen zijn kerkelijke provincie.

§A.5: Elke bisschop is verbonden aan de bisschoppelijke raad van het koninkrijk waar hij zijn functie uitoefent. De bisschoppen in partibus zullen mogen deelnemen aan de raad van het koninkrijk waar zij hun residentie hebben. De bisschop emeritus zijn bisschoppen die hun functie gedurende meer dan 3 maanden correct en regulaire wijze hebben uitgevoerd. Zij hebben het recht deze titel voor 2 maanden te dragen, maar de bisschoppelijke raad kan hun rechten in de raad reguleren.


rechten en plichtenEdit

§B.1: De eerste opdracht van een bisschop is er op toezien dat elke parochie wordt bediend op een representatieve wijze (RP), als ook door een persoon van God (IG). Hij zal de aristotelisatie van de parochies en de leengoederen onder zijn jurisdictie moeten verzekeren en er op toezien dat zijn bisschoppelijke raad uit actieve en bekwame theologen bestaat.

Het is hun verantwoordelijkheid om de leden van hun raad te benoemen en te herroepen en er voor te zorgen dat ze hun taak goed uitvoeren. Het is hun verantwoordelijkheid om de priesters in de parochies te benoemen en te herroepen, en er voor te zorgen dat ze hun taak goed uitvoeren. Het is hun verantwoordelijkheid om de Kapelaans voor de leengoederen onder g=hun gezag te benoemen op verzoek van de Adel, en om de kapelaans te benoemen voor de leken en militaire organisaties (buiten de militaire en civil-gelovigen orden die zijn erkend door Rome). Zij hebben de plicht om misstanden en ongewone b=gebeurtenissen in hun gebied te melden aan hun raad.

§B.2: Sacramenten.

Hij mag alle sacramenten van de Aristotelische kerk toedienen waarbij het romaans canoniek recht gerespecteerd dient te worden. Hij mag aanvullende beperkende regels toevoegen aan het reglement van de sacramenten, maar dient dat op een duidelijke wijze te doen en daarbij de mening van de congregatie van de Heilige Officiën te vragen. De bisschoppen kunnen een verzoek indienen bij Rome, voor een excommunicatie, een secularisatie, of een annulatie van een sacrament, maar zij kunnen deze nooit zelf valideren.


§B.3 Herroeping

Alleen de primaat, waar een bisschop onder valt, kan zijn titel herroepen of veranderen, echter, in uitzonderlijk geval en bij het zwaar in gebreken blijven ten aanzien van het dogma en het canoniek recht, kan de Curie om zijn herroeping vragen aan de primaat.

§B.4 Accumulatie.

Een bisschop in functie is een primaire functie, zij mag niet samengaan met andere primaire functies. Een bisschoptitel, hetzij als eretitel of als onderscheiding, wordt niet meegeteld voor de accumulatie.

De bisschop in functieEdit

Metropolite aartsbisschopEdit

materiele zaak = dient gewijd te zijn en theoloog in de kerk. efficiënte zaak = wordt gekozen door de bisschoppelijke raad waarvan het bisdom onderdeel uitmaakt. formele zaak = wordt geintroniseerd door twee van zijn gelijken met toestemming van de Paus. finale zaak = is lid van de bisschoppelijke raden waar hij tenminste de leiding heeft over een parochie. Bestuurd een kerkelijke provincie, meestal een bisdom.

Suffragaan aartsbisschop en bisschopEdit

materiele zaak = dient gewijd te zijn en theoloog in de kerk. efficiënte zaak = wordt gekozen door de bisschoppelijk raad waar het bisdom onderdeel van uitmaakt. formele zaak = wordt geintroniseerd door twee van zijn gelijken met toestemming van de Paus. finale zaak = is lid van de bisschoppelijke raden waar hij tenminste de leiding heeft over een parochie. Bestuurd een bisdom.

Bisschop-PrimaatEdit

materiele zaak = dient bisschop te zijn op een correcte en regulaire wijze voor tenminste 3 maanden. efficiënte zaak = wordt aangewezen door zijn raad conform de door deze raad vastgestelde regels. formele zaak = wordt geintroniseerd door de kamerling en aartsdeken van Rome. finale zaak = de Bisschop Primaat is in naam van zijn raad, de hiërarchisch hoogste van alle bisschoppen die onder zijn primaatschap vallen. In het hypothetische geval dat de primaat zijn beslissingen alleen neemt, heeft het bisschoppelijk concilie de mogelijkheid haar met terugwerkende kracht ongedaan te maken, en het decreet te vervangen door het hare, op verzoek van een van haar leden.

De Primaat is verantwoordelijk voor zijn provincie of bisdom.

Bisschop vice-primaatEdit

materiele zaak = dient bisschop te zijn op het moment van zin benoeming. efficiënte zaak = wordt aangewezen door de bisschop primaat conform de door de raad vastgestelde regels. formele zaak = wordt geintroniseerd door de primaat. finale zaak = is ondergeschikt aan de primaat. De bisschop vice-primaat, vervangt de primaat in het geval van afwezigheid of onbekwaamheid, met alle wettelijke bevoegdheden van vertegenwoordiging, zetel of stem, totdat de onbekwaamheid van de Primaat is opgeheven.

De bisschop vice-primaat is verantwoordelijk voor zijn provincie of bisdom.

Bisschop emeritusEdit

materiele zaak = dient bisschop te zijn (geen emeritus) op correcte en regulaire wijze voor tenminste 3 maanden. efficiënte zaak = is het automatisch voor een periode van 2 maanden formele zaak = wordt bevestigd door de raad waar hij deel van uit maakte. finale zaak = is lid van de bisschoppelijke raad waar zich zijn woonplaats bevindt. De titel van emeritus is een vergankelijke en eretitel, die als doel heeft een overgang toe te staan in het geval van een verandering of overplaatsing.

Bisschop In partibusEdit

materiele zaak = dient bisschop te zijn (geen emeritus) op correcte en regulaire wijze voor tenminste 6 maanden. efficiënte zaak = wordt aangewezen door de Curie en de Paus. formele zaak = wordt geintroniseerd door de kamerling of de aartsdeken van Rome. finale zaak = is lid van de bisschoppelijke raad waar zich zijn woonplaats bevindt.

De titel In partibus is een eretitel, gewoonlijk gegeven aan een bisschop die hem speciaal verdient en die besloten heeft met pensioen te gaan. Hij verliest de titel alleen als hij een bisdom of aartsbisdom verkiest. Buiten dit automatisch verlies van de titel, kan alleen de dood en de Curie deze titel intrekken of veranderen.

De adjunctenEdit

Eerste Aartsdeken en Generale VicarisEdit

Eerste aartsdekenEdit
Generale VicarisEdit

materiele zaak = dient trouw te zijn aan de kerk, als hij priester is wordt hij vicaris generaal. Er is slechts een vicaris generaal of een eerste aartsdeken per provincie. efficiënte zaak = wordt benoemd door de metropoliet aartsbisschop. formele zaak = wordt geintroniseerd door de metropoliet aartsbisschop. finale zaak = heeft als opdracht om de aartsbisschop te helpen op een representatieve wijze om de provincie te beheren.

Vanwege hun rang, mogen de vicaris generaal en de eerste aartsdeken alle aristotelische sacramenten toedienen in hun provincie conform het canoniek recht.

Aartsdeken en Diocesane VicarisEdit

Aartsdeken Edit
Vicaris diocesaan Edit

materiele zaak = dient trouw aan de kerk te zijn, als hij priester is wordt hij vicaris diocesaan. Er is slechts een vicaris diocesaan of een aartsdeken per bisdom / aartsbisdom. efficiënte zaak = wordt benoemd door de bisschop. formele zaak = wordt geintroniseerd door de bisschop die hem benoemd. finale zaak = heeft als opdracht om de (Aarts)bisschop te helpen, op een representatieve wijze, met het beheer van het bisdom.

Vanwege hun rang, mag de vicaris diocesaan en de aartsdeken alle aristotelische sacramenten toedienen in hun bisdom, conform het canoniek recht.


De kapittelarenEdit

materiele zaak = dienen trouw te zijn aan de kerk. efficiënte zaak = wordt benoemd door de bisschop van het bisdom of de provincie. formele zaak = wordt geintroniseerd door de bisschop van het bisdom of de provincie. finale zaak = heeft de opdracht om het bisdom te helpen op een representatieve wijze bij een specifieke missie.

De bisschoppen kunnen zoveel kapittelaren benoemen als zij wenselijk achten. Zij staan direct onder zijn gezag en zijn door hem geautoriseerd voor een specifieke missie. Zij staan gelijk aan de kanunniken, maar kunnen geen eigen kantoor hebben in de kathedraal (IG) Slechts in het uitzonderlijke geval dat er geen bisschop is of dat deze verdwenen is, kunnen zij toegewezen worden als bisschop, onder supervisie van de bisschoppelijke raad. Kapittelaren dienen zich altijd te wenden tot hun primaat, voor dat ze handelen uit naam van de kerk. In het kader van functiestapeling, geldt de kapittelaar als een tertiaire functie.

De KanunnikenEdit

(er zal een meer volledig apart deel gemaakt worden voor de kanunniken, op het moment dat er meer over de codering bekent is IG)

Kanunnik (lid van de bisschoppelijke concilie) (wordt in een gedetailleerde lijst gezet bij de finale zaak) materiele zaak = dient trouw te zijn aan de kerk en theoloog van de aristotelische kerk (lvl 3 weg van de kerk) efficiënte zaak = wordt benoemd door de bisschop van het bisdom. formele zaak = wordt geintroniseerd door de bisschop van het bisdom. finale zaak = heeft als taak de bisschop te helpen op een representatieve wijze (RP) en voor God (IG) met het beheer van het bisdom en de provincie.

IV. De parochiënEdit

De parochiale clericiEdit

De religieuze parochie is, in eerste instantie, een geografische onderverdeling van een bisdom. In de Aristotelische kerk omvat de parochie gelijktijdig, een exacte geografisch gebied, het “territorium van de parochie”, en de groep van mensen die in dit gebied wonen en parochiale gemeenschap vormen.

Het woord komt van het Latijnse “parochia” dat gebruikt werd door de eerste aristotelische gemeenschappen om het territorium van een bisschoppelijke stad aan te duiden. In de 5e eeuw, komt de betekenis steeds dichter in de buurt van de huidige betekenis, waar ze ook gebruikt wordt om gemeenschappen aan te duiden buiten die van de bisschopszetels.

Het is mogelijk om deel uit te maken van verschillende parochies, maar op administratief niveau valt een persoon onder de gemeentelijke parochie waar men zijn woning heeft (RP: zichtbaar in het profiel). Er zijn 3 verschillende typen parochies, afhankelijk of een bisschop de religieus superieure en direct verantwoordelijke is van de parochie.

En klerk kan zich bezig houden met verschillende parochies, maar hij dient aldaar te zijn geintroniseerd door een en dezelfde bisschop, in ieder geval, een verantwoordelijke klerk van een parochie mag nooit onder meerdere bisschoppen vallen. Dit geldt ook voor de dekens en vicarissen, als ook voor de adjudanten van een parochie, omdat zij indirect onder het gezag van dezelfde bisschop vallen als waar hun direct meerdere onder valt.

Een pastoor, een deken, een vicaris, een kapelaan of een militair kapelaan, mogen niet de sacramenten toedienen in een andere parochie dan waar zij geintroniseerd zijn, zonder de toestemming van hun bisschop en de verantwoordelijke van de desbetreffende parochie.

Gemeentelijke of stedelijke parochieEdit

De gemeentelijke parochie kan een open stad of dorp zijn, waar een kerk is, een stadhuis, huizen en een markt.

Deze parochiekerk is de plek van samenkomst van de gemeenschap alwaar de pastoor en zijn assistenten de verschillende ceremonies vieren als ook de wekelijkse missen. De gemeentelijke parochie mag slechts 3 erkende verantwoordelijken hebben. De gemeentelijke parochie kan bestuurd worden door een pastoor, een vicaris of een deken. De verantwoordelijke voor een parochie mag 2 adjudanten hebben, ook als hij deken of vicaris is.

De supplementaire adjudanten, zoals de acoliet of koster worden niet beschouwd als klerken, ook al hebben ze de toestemming nodig van de bisschop om benoemd te worden. Zij staan onder de directe leiding van de verantwoordelijke in de parochie die ze benoemd heeft.

De pastoor, en alleen hij, kan de biecht afnemen in de parochiekerk (nog niet gecodeerd IG). Hij mag 3 biechtvaders benoemen (IG) die de biecht van de gelovigen kunnen aanhoren en hen absolutie kunnen verlenen conform het canoniek recht.

De pastoorEdit

Materiele zaak = hij dient priester en theoloog van de aristotelische kerk te zijn (level 3 weg van de kerk) efficiënte zaak = wordt benoemd door de (Aarts)bisschop waar de parochie onder valt. formele zaak = wordt geintroniseerd door de (Aarts)bisschop waar de parochie onder valt. finale zaak =

De pastoor mag alle aristotelische sacramenten toedienen, behalve die van de inwijding. Hij heeft een representatieve taak (RP) en voor God (IG) betreffende het religieuze, economische en administratieve beleid van zijn parochie. Hij mag 2 klerken benoemen, als vicaris, deken of acoliet, zo hij wenst om hem daarbij te helpen, echter met instemming van zijn bisschop. Hij mag 3 parochiale biechtvaders benoemen voor God (IG) (nog niet gecodeerd)

functieaccumulatie: pastoor is een primaire functie, en mag niet gecombineerd worden met andere primaire functies.

Vicaris en DekenEdit

vicaris


deken


materiele zaak = dient een gelovige van de kerk te zijn, als hij is ingewijd heeft de deken de titel van vicaris. efficiënte zaak = wordt benoemd door de pastoor van zijn parochie met instemming van de (Aarts)bisschop. formele zaak = wordt geintroniseerd door de pastoor van zijn parochie, of de (Aarts)bisschop. finale zaak = heeft een representatieve taak (RP) inzake het religieuze beleid van zijn parochie.

De dekens en vicarissen mogen alle aristotelische sacramenten toedienen, behalve die van de inwijding. Zij mogen geen biechtvaders benoemen, noch leden van de parochiale clerus, en zij staan direct onder de leiding van de parochiale pastoor, of de bisschop, bij zijn afwezigheid.

functieaccumulatie: deken en vicaris zijn secundaire functies. Zij mogen gecombineerd worden met andere secundaire en primaire functies binnen de seculaire clerus, maar alleen als deze functies zich binnen het zelfde bisdom bevinden. Een kardinaal en een bisschop “in partibus” kunnen dus vicaris zijn.

Koster (optredend als pastoor)Edit

materiele zaak = dient gedoopt te zijn en theoloog in de aristotelische kerk (lvl 3 weg van de kerk) efficiënte zaak = wordt benoemd door de (Aarts)bisschop waar de parochie onder valt. formele zaak = wordt geintroniseerd door de (Aarts)bisschop waar de parochie onder valt. finale zaak =

Men dient, indien mogelijk, te voorkomen dat de koster een vaste functie wordt, en hen alleen te gebruiken om het werkelijk ontbreken van een pastoor te compenseren. De koster draagt zorg voor de sacristie en bereidt de mis voor God (IG) voor, voor de samenleving. Er zijn 2 soorten koster: de gewoon gelovige en de deken.

de gewoon gelovigeEdit

Indien hij een gewoon gelovige is, wordt hij niet gezien als een klerk en kan hij zich ook niet als zodanig verantwoorden. En publiek dient hij zich altijd als een goed aristotelist te gedragen en de functie op geen enkele wijze in diskrediet te brengen, op straffe van excommunicatie. Hij zal de aanvragen voor sacramentsverlening doorspelen aan een klerk die voor de verdere afhandeling zal zorgen.

de deken en de vicarisEdit

Indien de koster tevens deken is, draagt hij de titel deken met alles wat daar bij hoort. Indien een vicaris deze taak vervult, wordt hij priester na te worden ingewijd.

Functieaccumulatie: terwijl hij koster is, heeft de klerk dezelfde restricties betreffende accumulatie als een priester, omdat het een primaire functie is.

Noot: de koster dien zijn status duidelijk zichtbaar bij de ingang van de kerk bekend te maken.

De acolietenEdit

materiele zaak = dient een gelovige van de kerk te zijn. efficiënte zaak = wordt benoemt door de priester van zijn parochie met instemming van de (Aarts)bisschop. formele zaak= wordt gecontracteerd door de priester van zijn parochie of de (Aarts)bisschop. finale zaak =

Ontvang een omschreven missie van zijn superieur. gewoonlijk is het een gelovige die zich religieus wil ontwikkelen om later deken of vicaris te worden. Als gevolg van zijn missie heeft hij een andere naam zoals, koster, boodschapper, intendanten etc.…. Ze worden niet als klerken beschouwd en staan onder direct gezag van hen die ze benoemd heeft.

functieaccumulatie: zijn geen klerk in hun functie als acoliet, en zijn niet onderhevig aan welke accumulatieverbod dan ook.

Parochiaal biechtvader voor God (IG)Edit

materiele zaak = dient theoloog te zijn van de kerk (lvl 3 weg van de kerk). efficiënte zaak = wordt benoemd door de priester van zijn parochie. formele zaak = wordt geintroniseerd door de priester van zijn parochie. finale zaak = heeft als taak de biecht voor God (IG) in de parochie waar hij benoemd is. Kan op representatieve wijze absolutie verlenen (RP) maar alleen als hij priester is.

functieaccumulatie: zijn geen klerk in hun functie als biechtvader voor God (IG), en zijn daardoor niet onderhevig aan welke accumulatieverbod dan ook.

Adellijke parochie (leengoed)Edit

De adellijke parochie is gebied, aangewezen als domein waar zich een kapel bevindt en tenminste een woonplaats. De adellijke parochie dient aan een bisdom verbonden te zijn, dat bij voorkeur geografisch gezien dichtbij ligt, echter de adellijke eigenaar van de adellijke parochie mag zijn eigen bisschop kiezen onder de nationale bisschoppen, in overleg met deze, inclusief de kardinalen. Echter een en dezelfde prelaat mag niet meer domeinen onder zijn hoede hebben dan die hij eerlijkheidshalve kan beheren.

De kapel is de plaats van samenkomst van de eigenaars en hun gasten waar voor de kapelaan en zijn assistenten de verschillende ceremonies houdt. De adellijke parochie kan slechts 1 verantwoordelijke hebben die als zodanig wordt erkend. De adellijke parochie heeft aan haar hoofd een kapelaan, al dan niet ingewijd. De ondersteunende functionarissen zoals acoliet of koster, worden niet beschouwd als klerk. Zij staan onder de directe verantwoordelijkheid van de kapelaan en kunnen hun functie slechts op het grondgebeid van de adellijke parochie uitoefenen.



KapelaanEdit

of


materiele zaak = dient een volgeling van de kerk te zijn en hij wordt erkend door de congregatie voor de verspreiding van het geloof. de efficiënte zaak = is verbonden aan een gelovige van adel. formele zaak = wordt geintroniseerd en staat onder gezag van de bisschop waaronder het domein valt. al naar gelang het geslacht is hij in het geval van een leek, broeder/zuster kapelaan, en indien priester, vader of moeder kapelaan. de finale zaak = Hij is belast met de representatie van het religieuze beleid van het domein waar hij benoemd is. Indien het om meerdere domeinen gaat, dienen ze binnen een het hetzelfde bisdom te vallen. Hij mag alle aristotelische sacramenten toe dienen, behalve die van de inwijding. Hij mag geen biechtvader, noch een parochiale klerk benoemen. Hij valt direct onder de bisschop die hem benoemd.

Functieaccumulatie: Kapelaan is een secundaire functie, onderhevig aan de desbetreffende regels. Hij kan gecombineerd worden met een andere secundaire of primaire functie binnen de seculaire clerus, echter alleen als die functie binnen het zelfde bisdom valt. een kardinaal of een bisschop in partibus zouden kapelaan kunnen zijn.

gemeenschappelijke parochieEdit

In bepaalde gevallen kunnen gemeenschappen van vereniging, broederschap, gilden, of van militaire aard, behoefte hebben aan een religieuze gids binnen hun gelederen. Deze corporaties dienen zich hiertoe te wenden tot hun bisschop, die hen een religieus verantwoordelijke kan toewijzen, die dan de titel aalmoezenier draagt.

AalmoezenierEdit

of


materiele zaak = dient een volgeling van de kerk te zijn en wordt erkend door de congregatie voor de verspreiding van het geloof. efficiënte zaak = hij is verbonden aan een groep leken, militair of burgerlijk. formele zaak = hij valt onder de groepering of de aalmoezenier is geintroniseerd en bepaald door de congregatie voor de verspreiding van het geloof. Al naar gelang het geslacht is het, indien een leek, broer / zuster aalmoezenier, en indien een priester, vader of moeder aalmoezenier definitieve zaak = .

Hij is belast met de representatie van het religieuze beleid van de groepering waar hij benoemd is. Hij mag alle aristotelische sacramenten toedienen, behalve die van inwijding. Hij mag geen biechtvaders, noch een parochiale klerk benoemen. Hij valt administratief onder de congregatie voor de verspreiding van het geloof.

functieaccumulatie: Aalmoezenier is een secundaire functie, onderhevig aan de desbetreffende regels. Hij kan gecombineerd worden met een andere secundaire of primaire functie binnen de seculaire clerus, echter alleen als die functie binnen het zelfde bisdom valt. een kardinaal of een bisschop in partibus zouden aalmoezenier kunnen zijn.

Communautaire parochie op nationaal niveauEdit

Als de gemeenschap opereert op nationaal niveau, dan zal zij direct vallen onder de primaat, of een klerk die verantwoordelijk is voor aalmoezeniers, zo die er een is.

Ad blocker interference detected!


Wikia is a free-to-use site that makes money from advertising. We have a modified experience for viewers using ad blockers

Wikia is not accessible if you’ve made further modifications. Remove the custom ad blocker rule(s) and the page will load as expected.